Ik heb nog gezegd:
Raak niet te gehecht.
Maar nu blijft ze me bellen,
ik wil altijd rennen.
Heb echt nog gedacht:
Had je iets anders verwacht?
Ik kan toch nooit alleen zijn,
moet toch altijd alleen zijn...
Verdacht.
Ik ben eerlijk geweest,
bang, onbevreesd.
Als je iets wil verwijten,
als het iemand moet spijten,
dan ik nog het meest.
Verslind als een beest.
Dan heb jij ook wat je wil.
Ik wacht,
maar het verwijten blijft stil.
Is dit wat je wil?
Ik weet het wel:
ik ben het probleem.
Zo gevaarlijk alleen.
Kom je mee? Zit je knel.
Doe het zelf.
’t Is lekker, dus pech—
nee, je wil niet meer weg.
Met z’n tweeën een spel.
Ik kan haar niks geven,
het was leuk voor heel even.
Moet weg.
Heb het nu pas echt door:
ben te toxisch hiervoor.
Ben verder niet echt speciaal,
bindingsangst, allemaal.
En ik weet hoe het is—
ben toch zelf wat ik ook heb gemist.
Maar hoezo
knap je niet af op dit risico?
Glim ik te fel?
Je wilt niet,
maar eigenlijk wel...
Ik weet het wel:
ik ben het probleem.
Zo gevaarlijk alleen.
Kom je mee? Zit je knel.
Doe het zelf.
’t Is lekker, dus pech—
nee, je wil niet meer weg.
Met z’n tweeën een spel.
Ik kan haar niks geven,
het was leuk voor heel even.
Moet weg.
Heb het nu pas echt door:
ben te toxisch hiervoor.