De sneeuw valt zacht,
de kroeg is warm,
jij pakt m’n hand, ik voel je arm.
De lampjes gaan als sterren aan,
we wiegen mee, we blijven staan.
Je lacht naar mij, ik ben verkocht,
ik had precies naar jou gezocht.
De nacht is jong, ik wil niet weg,
ik fluister zacht een kerstgedicht.
Jij bent m’n kerst-engel vannacht dicht bij mij, Twinkelende lichtjes,
mijn hart voelt zo vrij.
Als jij naast me staat in de winterse nacht,
Hou jij mij warm en hou jij over mij wacht.
We tekenen hartjes op het raam, twee namen in een kerstverhaal.
De tijd vliegt weg, ik tel niet mee, want elke tel is feest met twee.
Je zegt: “Ik blijf tot morgengloed,” ik knik en voel hoe alles moet.
Met jou voelt elke stap zo licht, m’n wens is hier vannacht vervuld.
Jij bent m’n kerst-engel vannacht dicht bij mij, Twinkelende lichtjes,
mijn hart voelt zo vrij. Als jij naast me staat in de winterse nacht,
Hou jij mij warm en hou jij over mij wacht.
En als de sterren doven, Blijf jij nog heel even hier.
Ik weet het nu, ik geloof het: Jij bent mijn mooiste kerstplezier.
Jij bent m’n kerstengel vannacht dicht bij mij,
Twinkelende lichtjes,
mijn hart voelt zo vrij.
Als jij naast me staat in de winterse nacht,
Hou jij mij warm en hou jij over mij wacht.